Onze bomen en planten

Scan de QR-code en van een boom of plant en krijg meteen de specifieke informatie te zien.

Kruinlaag hoge bomen +20 meter

Europese walnoot

Climaxboom die de bekende walnoten produceert op volwassen leeftijd. Dat kan een jaar of 15 duren, van zaailing tot volwassen boom. De soort komt van oorsprong uit Zuid-Oost Europa tot Centraal Azië. Tot wel 30 meter hoog met een brede, ronde kroon en zware takken. In alle opzichten een forse boom, die ondergronds ook nog eens diep wortelt met een penwortel. Verlangt een rijke, vochthoudende bodem met een goede drainage. Ze groeien vaak erg goed op dijkhellingen, waar ze de rijke kleibodem hebben zonder een hoge grondwaterstand. De boom houdt namelijk niet van natte voeten en in recente natte winters hebben vele walnootbomen in het land het loodje gelegd door het optreden van wortelrot in de extreem natte omstandigheden. Heeft oneven geveerd blad dat na wrijving een typische geur afgeeft. Dat is juglon, een stof die de groei kan remmen van sommige plantensoorten. Muggen schijnen er ook niet van te houden. Op boerenerven werd de walnoot vaak aangeplant met deze reden. Juglon kan worden afgebroken in de bodem door een bacterie. Nog een reden van aanplant op boerenerven, is dat bliksem via de penwortel in de aarde wordt opgenomen en de boerderij zodoende niet in vlammen opging. Bovendien kunen in de herfst manden en monden gevuld worden met de walnoten, die als klap op de vuurpijl goed te bewaren zijn. Vele generaties zijn barre winters doorgekomen door een voorraad walnoten die in de herfst was verzameld.                                     

De walnoot bevat zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen (de walnoot is als zodanig eenhuizig), die echter meestal niet tegelijk verschijnen. Hierdoor is bestuiving door een ander exemplaar, of zogeheten kruisbestuiving, vaak nodig voor een goede oogst. De walnoten zijn smakelijk en gezond. Een late nachtvorst kan voor schade aan jonge uitlopers of bloemen zorgen, maar de walnoot loopt niet extreem vroeg uit in het voorjaar, dus meestal valt het wel mee met vorstschade. Takbreuk of snoei in het voorjaar is gevaarlijker, wegens de optreding van bloeding waardoor een boom veel kracht kan verliezen.  

De walnootbomen in het voedselbos zijn op jonge leeftijd van één- of tweejarige zaailingen geplant begin 2022 en sommige exemplaren zijn door eekhoorns of gaaien verstopt en vergeten, waardoor er spontaan zaailingen van de walnoot opschieten in het bos. Deze zaailingen groeien overwegend vrij goed, waardoor dit een indicatie is dat walnoten op langere termijn voor een goede oogst kunnen zorgen op deze locatie. In het geval van noten, is dit vaak iets van lange adem en dus veel geduld. Uitzondering is als geënte exemplaren worden geplant. Deze geënte bomen met namen zoals Buccaneer of Broadview geven grote noten, zoals ze in de supermarkt liggen, omdat het allemaal klonen zijn van een individu met die bepaalde eigenschappen. In onder andere Frankrijk worden deze noten verbouwd op plantages. In Nederland zijn de bodems vaak te nat voor grootschalige teelt en ook is er de mogelijke kans op late nachtvorst, die een oogstjaar kan verpesten. Aan geënte bomen kleeft overigens een hoog kostenplaatje, want deze geënte bomen zijn duur in aanschaf en dan nog duurt het vele jaren voordat er een notenoogst van betekenis komt. Als die er überhaupt komt, want inmiddels zijn er diverse wijdverspreide ziektes en plagen onder de walnoten en de geënte bomen zijn daar meestal niet immuun voor. Zo is er ook de opkomst van de walnootboorvlieg, die van oorsprong uit Noord-Amerika komt, waarvan de larven de bolsters aantasten, en deze verslijmen dan tot een zwarte smurrie. In een zware aantasting, kunnen ook de noten zelf schade oplopen of niet tot ontwikkeling komen.

Er is in het voedselbos gekozen voor inheems plantgoed wat betreft de walnoten. Dit is goed voor de biodiversiteit in het bos, het zorgt voor een brede genenbank, waardoor er mogelijk exemplaren zijn die goed tegen veranderend klimaat kunnen of mogelijk opvallende eigenschappen hebben die de moeite waard zijn. Het voedselbos heeft niet de opzet om op grote schaal walnoten te verbouwen. Anders zou het wellicht verstandig zijn om voor bepaalde eigenschappen te gaan van geënte bomen.

De walnoot is een onmisbare soort in de hoge kruinlaag, wegens de levering van olie- en eiwitrijke voeding. Ook vele dieren willen wel een nootje meepikken. Wegens erg natte winters, die in de toekomst mogelijk nog natter worden, is de inschatting gemaakt om niet zwaar in te zetten op walnoten als belangrijke productiesoort in het voedselbos. De hoofdproductie komt van appelbomen, die oppervlakkig wortelen en beter kunnen omgaan met een hoge grondwaterstand.

De boom is bladverliezend in de herfst en een zogeheten climaxboom, die van beschutting houdt tegen wind en dus liever niet in een open veld groeit. De boom verlangt echter vrij veel licht en groeit dan goed. Op open plekken in een jong bos voelt de boom zich thuis. De jonge boom kan ook wachten met groei totdat er voldoende licht valt op de bodem, bijvoorbeeld als een andere boom omwaait, en groeit dan sterk de hoogte in om een plek te veroveren in de kroonlaag. Veel climaxbomen doen dit.

Het hout lijkt qua kleur en patroon erg op tropisch teakhout en vormt een duurzaam alternatief voor het tropische hardhout.

Het voedselbos bevat tientallen walnootbomen. Hiervan beginnen sommige al wat formaat te krijgen. Er is er een exemplaar met enkele walnoten. Het is eenvoudig om een exemplaar uit te kiezen dat langs een pad groeit. Bezoekers kunnen dan van dichtbij de walnootboom bestuderen.

Kruinlaag hoge bomen +20 meter

Pecannoot

Zoals de naam al aangeeft, komt deze boomsoort uit Noord-Amerika, meer specifiek uit het rivierengebied van de Mississippi en de staten Iowa, Illinois, Indiana, Ohio en zuidwaarts naar Alabama en Mexico. Het is een lid van de walnootfamilie (Juglandaceae) en volledig winterhard, hoewel jonge exemplaren nog wel gevoelig kunnen zijn voor matige vorst en late nachtvorst. De boom groeit het liefst op een beschutte plek waar de bodem rijk is aan organisch materiaal (bosgrond), een goed vochtgehalte heeft en waar tevens een goede drainage is (geen natte voeten voor deze boom). De soort wordt vooral verbouwd om zijn noten, de bekende pecans. Deze zijn zeer smakelijk en verschijnen helaas pas na vele jaren aan de boom. De pecan is een echte climaxsoort, die eerst vele jaren nodig heeft om te groeien en uiteindelijk een heel grote boom kan worden, met een brede kroon en een hoogte van meer dan 30 meter, of zelfs 40, en ook een aanzienlijke breedte met enorme takken. Zoals altijd met bomen, is de beste tijd om er eentje te planten vandaag of gisteren. Als niemand het doet, dan hebben toekomstige generaties niet de woudreuzen die een pecannootboom kan worden. Het blad is samengesteld en in de herfst verkleuren de bladeren naar een mooie gele kleur.

Zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen verschijnen aan dezelfde boom. Kruisbestuiving is echter gewenst voor (goede) vruchtzetting. In een warm en zonnig jaar, bevatten de noten een hoger oliegehalte. De noten zijn zeer geliefd bij zowel mensen als dieren. Wij mensen hebben de pecannoot dan ook al lang in cultuur, maar niet zozeer in onze streken; de pecannoot is een zeldzame verschijnen in de lage landen. Zelfs in voedselbossen is de soort zeldzaam, mogelijk omdat weinigen het geduld hebben of ruimte willen reserveren voor deze trage boom. Na 10 jaar is een zaailing rond de 5 meter hoog onder ideale omstandigheden. Dat is dan nog maar het begin. De bomen zijn door schaarsheid ook kostbaar. Geënte exemplaren zoals altijd nog kostbaarder. Deze geven wel eerder vruchten. Door de potentie om een grote boom te worden, geeft de boom op den duur ook veel schaduw. In warme zomers en in warmere tijden ongetwijfeld nóg een welkome eigenschap van deze boom.

In Voedselbos Nieuw Annaland is de pecannoot ook niet een algemene verschijning. Verwacht op korte termijn geen pecanoogst…

Kruinlaag hoge bomen +20 meter

Zwarte populier

Populieren zijn zeer snel groeiende bomen met vrij zacht hout. Zo ook de zwarte populier. De boom groeit in zijn jeugdfase heel erg snel en wordt uiteindelijk tot meer dan 30 meter hoog. De uiteindelijke leeftijd is vaak tussen de 100 en 150 en soms ouder tot 300. Voor een boom is dit niet ontzettend oud en populieren behoren dan ook tot de zogeheten wijkers (in de wereld van voedselbossen en bosbouw) of categorie pioniers. Op kale, open terreinen kunnen ze massaal opschieten, net zoals wilgen, berken en elzen, en dan in luttele jaren een bos creëren. De zwarte populier is familie van de wilgen (Salicaeae). Deze soorten komen vaak samen voor in een gebied, in een groot gebied van Europa. De zwarte populier is mogelijk een inheemse boomsoort in ons land, vooral langs de grote rivieren in ooibossen. Hoewel veel aangeplant, betreft het bijna altijd klonen en cultivars en zeer zelden de autochtone zwarte populier. Deze soort met dan een unieke genetische opmaak is dan eigenlijk in werkelijkheid een zeldzaamheid. Een bekende cultivar is de ‘Italica’, met zijn of haar typische zuilvorm. Deze wordt vaak aangeplant als windbreker rondom agrarische percelen. De boom is zeer goed bestand tegen (zee)wind.

Er zijn mannelijke en vrouwelijke individuen, i.e. de zwarte populier is tweehuizig. Voordat de bladeren uitlopen in het voorjaar, verschijnt de bloei met vrij dikke hangende katjes. De knoppen zijn wat kleverig. De schors is op latere leeftijd sterk gegroefd.

Typisch voor de bestuiving en verspreiding van de zaadjes, is voor deze pionierssoort de wind van essentieel belang. De wind is de bestuivers. Voor populieren spelen bijen bijvoorbeeld geen rol. Door de wind worden de zaadjes over grote afstanden (en in grote getale) verspreid. Ontkieming geschiedt op kale bodems, bijvoorbeeld langs rivieren op zanderige stukken. De zwarte populier kan goed tegen natte omstandigheden, maar ook tegen droge.

Kruinlaag hoge bomen +20 meter

Gewone beuk

Een bekende boom in onze contreien en een die vooral te vinden is als groeiend in een beukenbos, solitair in parken en grote tuinen of als laanboom langs wegen. Daarnaast wordt de boom veelvuldig toegepast als haag; de boom laat zich erg goed snoeien en herstelt snel van deze snoei, mits dit met jonge bomen wordt gedaan. Op latere leeftijd reageert de beuk niet zo goed op snoei van takken en plotselinge veranderingen zoals ineens veel lichtval op bijvoorbeeld de stam. De beuk is als het ware het juffertje onder het groen. De boom is vrij kwetsbaar voor extreme omstandigheden zoals droogte (vooral op droge zandgronden) of een hoge grondwaterstand door langdurige regenval. Zonlicht kan het blad verschroeien en de stam verbranden. De bast is namelijk maar dun. De beuk houdt van stabiele omstandigheden zoals in een wat ouder bos, waar de bodem veel organisch materiaal bevat, waar de drainage goed is en waar fel zonlicht beperkt is tot de kroonlaag en waar de invloed van wind gering is door bescherming van andere bomen in de buurt. Daar kan de beuk wel tot een meter of 50 hoog worden, maar dat is dan onder ideale omstandigheden.

Bij de oorspronkelijke aanplant van dit bos, nog voordat gekozen was om er een voedselbos van te maken, is de beuk veelvuldig toegepast. Deze beuken groeien het beste op de plekken waar beschutting is tegen de wind en al teveel zonlicht. Op plekken waar ’s winters de grondwaterstand hoog staat, zijn de beuken inmiddels weggevallen. Aan de randen van het bos is de groei van de beuken gering. Daar heerst geen gunstig microklimaat voor de jonge beuken. In het groeiseizoen is dan goed te zien dat het blad op die groeilocaties vaak gelig is of met bruine randen en er is weinig groei aan die bomen te zien.

Past een beukenboom dan wel in een voedselbos? Ja en nee. Het is zeker een boom die op volwassen leeftijd eetbare nootjes geeft en die geliefd zijn bij o.a. eekhoorns. De boom is zeker belangrijk voor uiteenlopende dieren en ook talrijke schimmels, die samenleven met de boom. Als de beuk inmiddels die volwassen leeftijd heeft bereikt, dan is het ook een soort die heel diepe schaduw geeft en vaak alleen ruimte geeft aan voorjaarsbloeiende vaste planten op de bosbodem, zoals bosanemoon, daslook en boshyancint. Als de beuken in het voorjaar goed in het blad komen, dan gaat de ondergroeiing meestal in rust. Deze situatie is wat minder geschikt in een voedselbos, omdat de gelaagdheid dan beperkt is en de oogst ook, want je zou alleen beukennootjes hebben in de herfst en bijvoorbeeld het blad van daslook in het voorjaar. In grote voedselbossen is zeker ruimte voor wat beuken, als is het maar voor de biodiversiteit die de boom mogelijk maakt en het is in alle jaargetijden een mooie boom, met prachtig frisrood of groen uitlopend blad in het voorjaar en de mooiste herfstkleuren en vele paddenstoelen die in symbiose leven met de beuk. Het zal niet als verrassing komen, dat de beuk een climaxsoort is: onder de juiste omstandigheden is de beuk de dominante soort en dat laat weinig ruimte over voor andere boomsoorten, tenzij die tegen diepe schaduw kunnen.

In dit voedselbos worden de beuken jaarlijks gedund, wat wil zeggen dat elk jaar wat beuken de plaats verruilen met andere zich ontwikkelende bomen, zoals appelbomen. Die zouden anders onvoldoende licht krijgen. In een ideaal ontwerp voor een voedselbos, worden aanvankelijk vooral pioniersbomen geplant, die sneller voor een bosklimaat zorgen en ook minder schaduw geven en snoei beter verdragen of die eenvoudiger gekapt kunnen worden als zijnde wijkers. Een beuk is gewoon een mooie boom en wordt met de jaren mooier, dus een vroegtijdige kap is eigenlijk zonde. Gelukkig zijn toentertijd ook berken geplant en die leent zich perfect voor de pioniersrol.

De gewone beuk behoort tot de zogeheten napjesdragersfamilie (Fagaceae), waartoe ook de eik en tamme kastanje behoren. De bomen uit deze familie zijn alle eenhuizig, dus zowel mannelijk als vrouwelijk. De bestuiving gebeurt door de wind. De verspreiding gebeurt vaak door dieren, zoals vogels (gaaien) en zoogdieren (eekhoorns en muizen). De nootjes vormen zich binnen het napje. Bij de eik is dat het hoedje en de beuk heeft ook dat houtige omhulsel, of het napje. Deze blijven nog lang op de bodem liggen, lang nadat de nootjes, die driehoekig zijn, al zijn opgegeten door allerlei dieren. Het blad blijft ook jaren onverteerd liggen op de bosbodem en is dus niet ideaal om snel een humuslaag te creëren. Ook het blad van eiken en de tamme kastanjes binnen deze familie verteert maar langzaam.

              Jong blad is heel fijn behaard en te eten als sla. De beharing verdwijnt als het blad ouder en stugger wordt. De bladranden zijn glad en wat gegolfd. De bladeren lijken wat op het blad van haagbeuk (zie Carpinus betulus), maar de bladranden van die laatste zijn gezaagd.

              De stam van de beuk is glad. In oude beuken hakken spechten vaak hun nest. Beuken worden het grootsts en oudst op de rijkere (ook aan kalk) gronden. De extreme droogte van recente jaren is het voelbaarst voor de beuk op armere zandgronden. Tevens is extreme nattigheid in de bodem ook zeer schadelijk voor de beuk. Het is een soort die klimaatsverandering niet goed tolereert. Met de omvorming van het bos naar een bos met meer soorten, wordt de veerkrachtigheid van het bos beter gewaarborgd en zullen de beuken die blijven meer kans van slagen hebben op langere termijn. De omgehakte bomen lopen vaak weer uit. Hoewel het juffertje onder het groen, moet de beuk niet onderschat worden. Het is een taaie rakker. Ze kunnen massaal als kleine zaailingen tientallen jaren heel klein blijven op de bosbodem onder volwassen beuken, hun ouders. Als de ouderbomen uitvallen, dan pakken de jonge boompjes hun kans. Beuken kunnen elkaar ondergronds middels hun wortelsysteem ook helpen aan voedingsstoffen. Het is als het ware een grote familie en kunnen dus eeuwen stand houden op bepaalde plekken.

Kruinlaag hoge bomen +20 meter

Tamme kastanje

Een boom van de toekomst, met veel potentie op het gebied van eetbare noten in ons klimaat. De tamme kastanje houdt namelijk van veel zon en kan goed tegen droge omstandigheden. Het is van oorsprong een meer mediterrane soort en is door de Romeinen meegenomen uit het Middellandse Zeegebied naar meer noordelijke streken, zoals ons land. De noten kunnen behoorlijk wat energie leveren voor legers die aan het marcheren zijn over het continent. De noten bevatten zowel oliën als koolhydraten en eiwitten en zijn goed te vermalen en drogen tot meel. Daarmee kunnen bijvoorbeeld koeken worden gebakken of brood.

De tamme kastanje hoort net als de beuk en eik tot de napjesdragersfamilie (Fagaceae). Het is een bladverliezende loofboom met langwerpige lancetvormige bladeren, dat gekarteld is en in de herfst geel verkleurd. De boom kan wel tot 35 meter hoog worden, met een brede kroon. Van natte voeten houdt hij niet. De boom is dan vatbaar voor schimmels. Schimmelaantastingen hebben al voor een ware slachting gezorgd onder populaties tamme kastanje, zoals in de Verenigde Staten onder de Amerikaanse kastanje.

De boom kan een leeftijd van ruim 400 jaar bereiken. Het is een climaxboom, een boom die dominant aanwezig kan zijn en voor lange tijd. Typisch voor een climaxboom is dat de boom bij voorkeur opgroeit in een stabiele omgeving, met voldoende vocht in de bodem en nutriënten. Ook enige bescherming tegen fel zonlicht wordt in de jeugdfase gewaardeerd. Het is toch een lichtbehoeftige soort en groeit met redelijke snelheid op als er voldoende licht is. De boom kan ook net als een beuk vele jaren in bescheiden hoedanigheid overleven in situaties met weinig licht en de kans grijpen als er ineens meer licht op de bodem valt, zoals door stormschade aan grote bomen in de kruinlaag.

De bloei valt in mei en juni, als het weer wat warmer is geworden; de tamme kastanje is een warmteminnende soort, zoals al vermeld. De noten rijpen ook het beste en worden het grootst als het een lange, warme zomer is geweest. Ze zitten vaak met drieën bijeen in een omhulsel dat je met respect moet behandelen (dus handschoenen gewenst). Vaak is een van de drie noten (ook wel maronen genaamd) de moeite waard: de middelste en dus grootste. Er bestaan cultivars die bepaalde eigenschappen hebben, vooral ten aanzien van de grootte van de noten en productiviteit. Bekende namen zijn Dorée de Lyon, Marsol en Marigoule. De bloeit geschiedt overigens middels gelige aarvormige scheuten die gaan hangen. De aren bevatten zowel mannelijke bloemen als vrouwelijke bloemen; de mannelijke bovenin en onderaan de vrouwelijke delen. De tamme kastanje is dus eenslachtig/eenhuizig: zowel mannelijk als vrouwelijk. De bestuiving is dan ook meestal goed, hoewel kruisbestuiving meer garantie geeft op betere oogst.

Het voedselbos is een proefvijver voor tamme kastanje. Het bos kan namelijk erg vochtig zijn en vooral ’s winters zo. Daar reageren tamme kastanjes niet goed op. De plekken met beste drainage zijn ook de plekken waar veel andere (noten)bomen het beste gedeien, dus de ruimte is schaars. Op diverse plekken staan tamme kastanjes, veelal nog erg jong. Het betreft zaailingen van bomen die zich bewezen hebben op het gebied van grote noten, maar dat wil niet alles zeggen. Het wachten is op oogst en dat kan met zaailingen wel even duren. Als climaxsoort, staat ook de tamme kastanje niet bekend als een soort met enorme groei. Dat is meer aan pioniers bestemd. Voor de toekomst zal het voedselbos hopelijk een goede groeiplek vormen voor meerdere volwassen tamme kastanjes. Net als met walnoten, is gekozen voor sterke zaailingen. Stel dat een schimmelziekte dan de kastanjes aantast, dan is er geen grote investering verloren gegaan. Zaailingen hebben mogelijk meer weerstand tegen ziektes dan klonen.

De tamme kastanje is nauwelijks verwant met de paardenkastanje, die geen eetbare vruchten geeft, maar de bekende harde en ronde noten die in ook een stekelige bolster zitten. De noten van de tamme kastanje hebben een flosje en zijn platter van vorm en hebben een hard schilletje dat redelijk eenvoudig verwijderd kan worden. Paardenkastanjes hebben blad dat handvormig is en ook is de bloeiwijze totaal anders. Het maakt die boom wegens de opvallende bloei in het voorjaar wel tot een geliefde parkboom. De bloei van de tamme kastanje trekt trouwens opvallend veel bijen en andere nuttige insecten aan. Er is zelfs tamme kastanjehoning, gemaakt van bijenhoning die vliegen op deze boom.

VIRTUELE TOUR

Alvast een kijkje naar binnen

Benieuwd hoe het er vanbinnen uitziet? Met onze virtuele tour loop je alvast digitaal door de ruimtes van Nieuw Annaland. Ontdek de sfeer, de indeling en de mogelijkheden – gewoon vanaf je eigen scherm. Zo krijg je direct een gevoel bij de plek en kun je in alle rust bekijken of het past bij jouw bijeenkomst.

VIRTUELE TOUR

Alvast een kijkje naar binnen

Benieuwd hoe het er vanbinnen uitziet? Met onze virtuele tour loop je alvast digitaal door de ruimtes van Nieuw Annaland. Ontdek de sfeer, de indeling en de mogelijkheden – gewoon vanaf je eigen scherm. Zo krijg je direct een gevoel bij de plek en kun je in alle rust bekijken of het past bij jouw bijeenkomst.