De zomer is vroeg gearriveerd en lijkt voorlopig niet te verdwijnen. Het is al weken erg warm, zonovergoten en helaas ook zeer droog. Al dit zeer zomerse weer wordt niet door alle planten gewaardeerd, maar de dahlia’s vinden het uitstekend, vooral met af en toe een slok water uit een gieter of tuinslang. De dahlia is misschien wel de zomerbloeier bij uitstek. Als ze eenmaal bloeien, dan is er geen houden meer aan, in elk geval tot de vorst, en dat is nu nog gelukkig ver weg.

Dahlia’s komen van oorsprong uit Centraal-Amerika, meer specifiek uit berggebieden van landen zoals Mexico, waar ze in het wild op koele berghellingen groeien. In vervlogen tijden aten de Azteken de knollen, maar dahlia’s werden ook als veevoer gebruikt. Eigenlijk zijn alle delen van de dahlia eetbaar. In de 18e eeuw werd de plant naar Europa gebracht door de Zweedse botanicus Andreas Dahl, en daar komt dan ook de naam vandaan. Uiteraard nam meneer Dahl de dahlia mee voor de bloemenpracht en niet om frietjes te bakken van de knollen. In de moderne tijd worden ze uitsluitend als tuinplant gebruikt om borders in de zomer en herfst op de vrolijken en daarnaast als heel veelzijdige snijbloem. Er zijn inmiddels heel veel verschillende dahlia’s. Als soort bestaan er 42, maar als cultivar meer dan 57.000. Dus er is voor iedereen wel een geschikte dahlia.

Op Nieuw Annaland hebben we een bescheiden selectie dahlia’s, maar toch zeker enkele tientallen verschillende, die vooral in de moestuin staan. Grofweg kunnen de dahlia’s onderverdeeld worden in meerdere typen, waarmee de bloemvorm wordt aangeduid. Zo bestaan er cactusdahlia’s, waarbij de bloem als het ware gestekeld is als in een cactus (zonder het geprik bij het aanraken), maar er zijn ook de bal- en pomponvormen, anemoonbloemige dahlia’s, enkelbloemige dahlia’s en de dinnerplates, die enorm groot zijn. Een voorbeeld van die laatste is de bekende Café au Lait, die vaak in bruidsboeketten wordt gebruikt.
De meeste dahlia’s zijn van geen waarde voor bestuivende insecten, behalve dan de enkelbloemige vormen. Stuifmeel en nectar van die bloemen is bereikbaar voor bijen en hommels, terwijl andere dahlia’s meestal gevuldbloemig zijn en daardoor is er geen sprake van stuifmeel en nectar. Dat is allemaal niet zo erg, want bloemen voor insecten hebben we volop en voor de bloemenvaas is er het spektakel van de dahlia’s in de meest uiteenlopende kleurenpracht en vorm. Het oog wil ook wat.

[Links de bekende Café aut Lait en in het midden een enkelbloemige.]
Voorlopig kunnen we dus nog wekenlang of eigenlijk maandenlang genieten van deze bloemen. Als je een bloem van een dahlia plukt, dan reageert de plant door het maken van meer bloemen. Dit is bij meer planten het geval, maar dahlia’s lijken bijna te vragen om geplukt te worden en de plant gaat dan vrolijk door met meer bloemen maken. Dit is geen oneindig proces. Zoals gezegd, komt ook aan de zomer een einde en daarna gaat de herfst over in de winter en dan gaan de dahlia’s in welverdiende rust.
Dit lijkt allemaal heel eenvoudig, maar dahlia’s verlangen door hun uitbundige bloei en groei nogal wat van de bodem. Die dient voldoende vocht vast te kunnen houden en vooral ook veel voeding. Als de knollen in rust gaan na de eerste vorst, waardoor alles boven de grond afsterft, begint het echte avontuur pas. De dahlia komt zoals gezegd uit een heel ander deel van de wereld en dat brengt uitdagingen met zich mee. De plant is niet winterhard en de knol is dat ook zeker niet. Het advies luidt om de knollen na de eerste vorst uit de grond te halen, schoon en droog te maken, en koel (vorstvrij) te laten overwinteren, bijvoorbeeld in wat stro of in kranten gewikkeld in een kelder. Dat is een manier om er redelijk zeker van te zijn dat de knollen de winter doorkomen, hoewel je moet uitkijken dat muizen en ratten er niet hun buikje aan bol eten. Het uitplanten gebeurt dan als de kans op vorst geweken is, zo rond medio mei ten tijde van de IJsheiligen (maar tegenwoordig eerder), maar je kan ze in maart of april al voortrekken in een verwarmde kas of op de vensterbank. Dan heb je in mei al dahlia’s met een voorsprong als ze de tuin ingaan.

Een heleboel werk. Het makkelijkste is eigenlijk om de knollen diep in de grond te planten, waar de vorst niet bij kan komen. Ook aan te raden is om tijdens de herfst een dikke laag blad aan te brengen op de bodem. Dat werkt isolerend en vormt weer voeding voor het bodemleven en de dahlia’s zelf. Zo doen we dat op Nieuw Annaland en het werkt meestal goed. Soms gaat het mis, maar dat is als de knollen niet diep genoeg in de grond zaten, of als er iets anders gebeurt dat niet leuk is voor de knollen, zoals hongerige muizen of al te gulzige slakken. Die laatste kunnen voor een ravage zorgen, vooral als de dahlia’s nog klein en kwetsbaar zijn. Slakken zijn een onderwerp op zich en het waard om een heel blog aan te wijden, dus dat komt misschien een andere keer.
Vooralsnog gaat het dit jaar erg goed met de dahlia’s. Door de droogte blijven slakken grotendeels weg. ’s Winters was het trouwens ook niet te nat. Als de bodem te nat is, dan rotten de knollen weg. Teveel nattigheid is erger dan kou en de combinatie kou en nattigheid is werkelijk funest. Van kou en nattigheid is nu geen sprake, dus dat scheelt weer. Het lijkt misschien eenvoudig, maar bij dahliateelt komt toch best wat kijken, ook een beetje geluk.

[Welke van de drie hoort niet in het rijtje thuis?]
Aangezien ze nog maanden zullen bloeien, zullen we later in het jaar nog eens kijken of er nog een blog aan te wijden is. Sommige dahlia’s moeten namelijk nog gaan bloeien en daar kon dus nog geen mooie foto van gemaakt worden. Dus wordt vervolgd…
Aangezien het nu de zomersluiting is op Nieuw Annaland, zijn er geen gasten die de dahlia’s kunnen aanschouwen, maar met deze blog kan iedereen meekijken.

[Ook bewolkte dagen worden opgevrolijkt door dahlia’s.]
19 juli 2026 – Jeroen Nouwens
Benieuwd hoe het er vanbinnen uitziet? Met onze virtuele tour loop je alvast digitaal door de ruimtes van Nieuw Annaland. Ontdek de sfeer, de indeling en de mogelijkheden – gewoon vanaf je eigen scherm. Zo krijg je direct een gevoel bij de plek en kun je in alle rust bekijken of het past bij jouw bijeenkomst.